De ontwikkeling van de maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit

By

Veel stellen lopen hand in hand over straat. Met trots tonen zij in het openbaar hun liefde aan elkaar. Volgens Frank Renout (2019) is ongeveer 2,7 procent van deze stellen in Europese landen homoseksueel. Hoogstwaarschijnlijk zal het aantal hoger liggen dan 2,7 procent, omdat veel mensen niet open durven te zijn over hun homoseksuele geaardheid. Homoseksualiteit is namelijk nog steeds een gevoelig onderwerp voor sommigen. De reden hiervoor is dat veel mensen homoseksualiteit nog steeds niet accepteren, waardoor homoseksuele stellen te maken krijgen met discriminatie of geweld. Zo beweert een op de drie homoseksuelen recentelijk gediscrimineerd te zijn. Het is zorgwekkend om te horen dat homoseksuele stellen nog steeds met weinig respect behandeld worden, want in hoeverre is de maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit dan op een positieve manier ontwikkeld?

Het eerste homoprotest in Europa

Homoseksualiteit is eeuwenlang strafbaar geweest. In sommige landen kon je er zelfs de doodstraf voor krijgen. Sommigen zagen homoseksualiteit als een psychische aandoening of religieuze zonde. Voor hen was de liefde tussen man en vrouw het ideaalbeeld. Alles wat daar van afweek, was totaal verkeerd (Wikipedia, 2021). Langzamerhand begonnen steeds meer mensen zich tegen de discriminatie van homoseksualiteit te keren. Toch was er vrijwel niemand die luisterde naar deze kleine groep mensen; homoseksualiteit bleef strafbaar. Dit zorgde uiteindelijk voor het ontstaan van homoprotesten. Het eerste homoprotest in Europa vond plaats in Nederland, in 1969. Honderd homoseksuele mannen en vrouwen hadden zich verzameld in Den Haag om te protesteren tegen artikel 248bis. Dit artikel verbood seksueel contact met iemand van hetzelfde geslacht onder de 21 jaar. Voor heteroseksuelen was het verboden om seksueel contact te hebben met iemand onder de 16 jaar, wat zorgde voor ophef. Ondanks alle woede onder de homoseksuelen, was het een braaf en rustig protest. In eerste instantie had het protest niet veel succes. Pas in 1971, toen er werd geconcludeerd dat seksuele geaardheid vastligt vanaf 16 jaar, werd artikel 248bis geschrapt (Kreulen, 2019).

Aids onder homoseksuelen

Begin jaren ’80 werd tot dan toe een onbekende ziekte ontdekt: aids. Het werd ook wel een ‘homoziekte’ genoemd. Negen van de tien patiënten bleken namelijk homoseksueel te zijn, en 98 procent hiervan waren mannen. Omdat homoseksualiteit in veel landen nog steeds niet geaccepteerd was, beschouwden veel mensen aids als een straf van God. Er werd vanuit gegaan dat alleen homoseksuelen de ziekte konden krijgen. Veel homoseksuele stellen werden hierdoor verplicht in quarantaine gezet. Jarenlang werd er niet veel gedaan tegen de verspreiding van aids. Het keerpunt kwam toen heteroseksuelen ook positief testten op aids. Er werd actie tegen de verspreiding van aids ondernomen, zoals het ontwikkelen van voorlichtingscampagnes. Een bekende homoseksuele man die leed aan aids, is Freddie Mercury van de Britse band Queen. Mercury heeft het jarenlang geheim weten te houden dat hij aids had. Pas één dag voor zijn overlijden maakte hij het bekend. Op 24 november 1991 overleed Mercury (Wikipedia, 2021).

Het begin van homo-emancipatie in Europa

De homo-emancipatie begon jaren geleden langzaam te ontwikkelen. Door nieuwe wetenschappelijke ideeën werd homoseksualiteit door velen niet meer gezien als een psychische aandoening of religieuze zonde. Dit was de eerste stap van de homo-emancipatie. Steeds meer mensen begonnen zich te keren tegen de discriminatie van homoseksualiteit, wat zorgde voor het eerste homoprotest en de schrapping van artikel 248bis in 1971. Hierdoor werd het legaal om seksueel contact te hebben met iemand van hetzelfde geslacht boven de 16 jaar in plaats van 21 jaar. Vervolgens werd pas in 2001 het homohuwelijk gelegaliseerd. Dit gebeurde in Nederland. Veel andere Europese landen volgden. In sommige landen van Europa is het homohuwelijk nog niet gelegaliseerd, maar is een geregistreerd partnerschap tussen twee homoseksuelen wel mogelijk (Wikipedia, 2021).

Homoseksualiteit in het heden

Hoewel er nog steeds discriminatie tegenover homoseksuelen plaatsvindt in Europa, is er langzamerhand wel sprake van verbetering. Het aantal mensen dat zichzelf als homoseksueel beschouwt, is met 50 procent toegenomen (Renout, 2019). De oorzaak hiervan is dat homoseksuelen sneller geneigd zijn open te zijn over hun seksualiteit, omdat de omgeving de laatste jaren meer acceptatie toont. Een aantal jaar geleden is er ook onderzoek gedaan naar de acceptatie van homoseksualiteit in de omgeving. Er werd aan de Europese bevolking gevraagd of zij zich comfortabel zouden voelen bij twee intieme mannen. Volgens het onderzoek van OUTtv (2019) voelde in 2015 38 procent van de Europeanen zich hier comfortabel bij. In 2019 is dit percentage gestegen naar 49 procent. Toch wordt homoseksualiteit niet door iedereen geaccepteerd. Zoals eerder genoemd, is in sommige landen van Europa alleen een geregistreerd partnerschap mogelijk. Een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht is daar nog steeds niet toegestaan. Ook op de werkplek worden homoseksuelen nog steeds gediscrimineerd. Zij hebben 7 procent minder kans om aangenomen te worden voor een vacature. Daarnaast krijgen zij 4 procent minder betaald dan heteroseksuelen in dezelfde functie (Renout, 2019).

In sommige situaties wordt homoseksualiteit juist overdreven geaccepteerd. Als homoseksuelen bijvoorbeeld aangeven dat zij op hetzelfde geslacht vallen, krijgen zij opvallende opmerkingen naar hun hoofd geslingerd. Een voorbeeld hiervan is ‘Echt leuk dat je op hetzelfde geslacht valt, ik wil dat ook kunnen’. Dit soort opmerkingen zijn goed bedoeld, maar maken uiteindelijk wel duidelijk dat homoseksualiteit nog steeds niet als iets ‘normaals’ wordt gezien.

Het ideaalbeeld

Vroeger hadden veel Europeanen haat voor homoseksualiteit, maar sinds het eerste homoprotest is de geaardheid door een positieve ontwikkeling gegaan. Er zijn grote stappen gezet, maar we zijn er nog niet. Het ideaalbeeld zou zijn dat homoseksualiteit net zo ‘normaal’ wordt als heteroseksualiteit. Dat ouders niet meer bij de geboorte ervan uitgaan dat hun kind op het andere geslacht valt. Of dat een homoseksueel persoon niet meer ‘uit de kast’ hoeft te komen. Voor velen lijkt dit nog onrealistisch. Doordat de acceptatie van homoseksualiteit langzaam blijft toenemen, is er een kans dat de toekomst er net zo uit gaat zien als het ideaalbeeld van nu.


Dit artikel is geschreven in 2021 in opdracht van de Hogeschool van Amsterdam.